ECLI:NL:RBDHA:2023:11303
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens verantwoordelijkheid Duitsland
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de staatssecretaris om zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel niet in behandeling te nemen, omdat Duitsland verantwoordelijk is voor de behandeling van zijn asielaanvraag op grond van de Dublinverordening. Eerder was een eerste asielaanvraag van eiser ook niet in behandeling genomen en het beroep daarop ongegrond verklaard.
De rechtbank oordeelt dat het nieuwe besluit niet als een nieuwe aanvraag in de zin van artikel 6:19 Awb Pro moet worden gezien en behandelt het beroep zelf. De rechtbank overweegt dat de Dublinverordening primair bepaalt welke lidstaat verantwoordelijk is voor de asielaanvraag en niet bedoeld is als middel voor gezinshereniging. Duitsland heeft de verantwoordelijkheid geaccepteerd en eiser heeft onvoldoende aannemelijk gemaakt dat de Duitse autoriteiten hun verplichtingen niet nakomen.
Het beroep op het Unierechtelijk evenredigheidsbeginsel wordt verworpen omdat geen sprake is van disproportionele belangenbeschadiging. De stelling van eiser dat Nederland de aanvraag aan zich moet trekken vanwege de snelheid van de procedure wordt niet gevolgd. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en wijst de proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard.