ECLI:NL:RVS:2024:3141
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Sevenster
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens intrekking asielaanvraag door behandeling
De vreemdeling had een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid op 26 april 2023 niet in behandeling werd genomen. Hiertegen stelde de vreemdeling beroep in bij de rechtbank Den Haag, die dit beroep op 31 juli 2023 ongegrond verklaarde.
De vreemdeling ging vervolgens in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Na het instellen van het hoger beroep nam de minister de asielaanvraag alsnog in behandeling. Hierdoor had de vreemdeling feitelijk bereikt wat hij met het hoger beroep beoogde.
De Afdeling oordeelde dat de vreemdeling daardoor onvoldoende belang had bij een inhoudelijke behandeling van het hoger beroep. Het hoger beroep werd daarom niet-ontvankelijk verklaard. Tevens werd geoordeeld dat de minister geen proceskosten hoeft te vergoeden, aangezien de minister niet aan de vreemdeling tegemoet is gekomen maar door tijdsverloop de aanvraag alsnog in behandeling nam.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat de minister de asielaanvraag alsnog in behandeling heeft genomen.