Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 26 juli 2023 in de zaak tussen
drs. [eiser], uit [woonplaats], eiser
Inleiding
Totstandkoming van de bestreden besluiten
Beoordeling door de rechtbank
.
Rechtbank Den Haag
Eiser ontving een bijstandsuitkering en vroeg daarnaast een individuele inkomenstoeslag aan. De ISD Bollenstreek verlaagde de bijstand voor twee maanden met 100% wegens tekortschietend besef van verantwoordelijkheid, omdat eiser zijn woning voor een lagere prijs verkocht dan de marktwaarde, mede door het niet naleven van een vonnis en het verbeuren van dwangsommen. Dit leidde tot een verwijtbare schuld waardoor eiser niet beschikte over voldoende vermogen om in zijn levensonderhoud te voorzien.
De rechtbank bevestigt dat de verlaging van de bijstand en de individuele inkomenstoeslag terecht zijn opgelegd. Eiser had zijn woning leeg en vrij van huur moeten verkopen om een hogere opbrengst te realiseren. De schuld aan de ISD was verwijtbaar, terwijl de hypotheekschuld niet als zodanig werd aangemerkt. De ontheffing van arbeids- en re-integratieverplichtingen is vanaf 21 juni 2021 terecht toegekend, omdat geen actuele medische informatie over de periode daarvoor aanwezig was.
De beroepen tegen de verlaging van de bijstand en de ontheffing van arbeidsverplichtingen zijn ongegrond verklaard. Het beroep tegen de afwijzing van de vergoeding van de kosten van bezwaar bij de individuele inkomenstoeslag is gegrond verklaard, en de ISD is veroordeeld tot vergoeding van deze kosten en proceskosten in hoger beroep.
Uitkomst: De verlaging van de bijstandsuitkering en individuele inkomenstoeslag blijft gehandhaafd; ontheffing arbeidsverplichtingen is terecht vanaf 21 juni 2021; ISD moet kosten bezwaar en proceskosten vergoeden.