Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 30 maart 2022 in de zaak tussen
drs. [eiser] , te [woonplaats] , eiser
Procesverloop
11 december 2020 beëindigd.
16 februari 2022. Eiser en verweerder hebben zich laten vertegenwoordigen door hun gemachtigde.
Overwegingen
€ 52.320,04 negatief. Het resterende vrij te laten vermogen is vastgesteld op het destijds geldende bedrag van € 6.020,-. Voor de berekening van het vermogen per 1 mei 2018 is het in de eigen woning gebonden vermogen van € 25.792,- niet als vermogen in aanmerking genomen vanwege artikel 34, tweede lid, aanhef en onder d, van de Pw.
€ 241.000,-. Verweerder heeft onderzocht welke gevolgen dit heeft voor het recht van eiser op bijstand.