ECLI:NL:RBDHA:2023:11874
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beëindiging uitkering en terugvordering wegens ontbreken vast woonadres
Eiseres ontving sinds juni 2019 bijstand als alleenstaande. Het college beëindigde de uitkering per 28 januari 2020 en vorderde €751,52 terug wegens het ontbreken van een vast woonadres. Eiseres stelde dat zij niet op de juiste wijze was geïnformeerd en dat zij wel in Den Haag verbleef, maar kon dit niet aannemelijk maken.
Het college verklaarde het bezwaar tegen de beëindiging niet-ontvankelijk vanwege het te late indienen van het bezwaar en wees het verzoek tot herstel van de uitkering af wegens het ontbreken van nieuwe feiten of omstandigheden. De rechtbank oordeelde dat het besluit terecht naar het laatst bekende adres was gestuurd en dat het risico van niet-bereiken van het besluit voor rekening van eiseres komt.
Verder was het briefadres van eiseres terecht geweigerd en was zij niet ingeschreven in Den Haag. De rechtbank vond dat het college zorgvuldig en deugdelijk had gemotiveerd dat er geen nieuwe feiten waren die herstel van de uitkering rechtvaardigden.
Het beroep werd daarom ongegrond verklaard, met als gevolg dat eiseres geen recht had op terugbetaling van griffierecht of proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit tot beëindiging van de uitkering en terugvordering wordt ongegrond verklaard.