ECLI:NL:CRVB:2012:BY3761
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkverklaring bezwaar bij niet-tijdige aanvraag bijstand
Appellante vroeg bijstand aan met terugwerkende kracht vanaf 15 juni 2010, maar diende haar bezwaar tegen het besluit tot intrekking van de bijstand niet binnen de wettelijke termijn in. Zij voerde aan dat zij door vakantie en ziekte niet tijdig kennis kon nemen van het besluit. De commissie verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk wegens termijnoverschrijding.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond. In hoger beroep bevestigde de Centrale Raad van Beroep deze uitspraak. De Raad overwoog dat de termijnoverschrijding niet verschoonbaar was, omdat het risico van postafhandeling bij langdurige afwezigheid voor rekening van appellante bleef. Bovendien had appellante geen nieuwe feiten of omstandigheden aangevoerd die herziening van het besluit rechtvaardigen.
De Raad oordeelde dat het besluit tot intrekking van de bijstand in rechte onaantastbaar was geworden en dat de aanvraag voor terugwerkende bijstand terecht werd afgewezen. De Raad wees het hoger beroep af en bevestigde de eerdere uitspraak.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de niet-ontvankelijkverklaring van het bezwaar en wijst het hoger beroep af.