Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
[eiser], eiser V-nummer: [V-nummer]
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
- verklaart het beroep ongegrond;
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Rechtbank Den Haag
Eiser is op 26 juli 2023 in vreemdelingenbewaring gesteld op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vreemdelingenwet 2000. Hij voerde aan dat de ophouding ten onrechte was gebaseerd op artikel 50, derde lid, Vw, dat het rechtmatig verblijf niet was vastgesteld en dat de maatregel disproportioneel was. Tevens stelde hij dat verweerder onvoldoende voortvarend had gehandeld bij de voorbereiding van zijn uitzetting.
De rechtbank oordeelt dat de ophouding terecht was gebaseerd op artikel 50, derde lid, Vw, ook al was reeds in het strafrechtelijke traject vastgesteld dat eiser geen rechtmatig verblijf had. De maatregel van bewaring is voldoende gemotiveerd met feitelijke gronden, waaronder het risico op het ontduiken van toezicht en het niet naleven van vertrekverplichtingen. De rechtbank acht de duur van de bewaring proportioneel en het handelen van verweerder voortvarend.
Verder is geoordeeld dat het opleggen van een lichter middel niet aan de orde was, omdat eiser onvoldoende persoonlijke omstandigheden had aangevoerd die een belangenafweging in zijn voordeel rechtvaardigen. De tenuitvoerlegging van de maatregel in het detentiecentrum voldoet aan de wettelijke eisen en kan niet worden beoordeeld in deze procedure.
Het beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen de maatregel van vreemdelingenbewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.