ECLI:NL:RVS:2022:1710
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank inzake bewaring vreemdeling wegens hoorplicht en belangenafweging
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid stelde een vreemdeling op 25 januari 2022 in bewaring. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond en oordeelde dat de bewaring onrechtmatig was vanwege een schending van de hoorplicht en onvoldoende motivering over het niet alsnog horen van de vreemdeling na inbewaringstelling. De rechtbank kende ook schadevergoeding toe.
In hoger beroep betoogde de staatssecretaris dat de vreemdeling wel degelijk is gehoord, ondanks dat het gesprek vroegtijdig werd beëindigd vanwege het gedrag van de vreemdeling. De Afdeling stelde vast dat de staatssecretaris voldoende inspanningen heeft verricht om de belangen van de vreemdeling te achterhalen, onder meer door contact met zijn gemachtigde en medische dienst.
Verder oordeelde de Afdeling dat de gronden voor bewaring, waaronder het onttrekken aan toezicht en het niet meewerken aan overdracht, feitelijk juist zijn en dat de vreemdeling niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij detentieongeschikt is. Ook werd geoordeeld dat de staatssecretaris voortvarend heeft gehandeld met betrekking tot de overdracht aan Litouwen.
De Afdeling verklaarde het hoger beroep gegrond, vernietigde het vonnis van de rechtbank, maar verklaarde het beroep zelf ongegrond en wees het verzoek om schadevergoeding af.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, het vonnis van de rechtbank wordt vernietigd en het beroep wordt ongegrond verklaard met afwijzing van het verzoek om schadevergoeding.