De werknemer trad in juli 2019 in dienst bij Ligthart Zuiderpark B.V. en viel vanaf september 2021 uit wegens heupklachten. Ondanks een bedrijfsartsrapport dat forse beperkingen in staan en lopen en krukafhankelijkheid vaststelde, werd de werknemer door een onderzoek van een beveiligingsbureau betrapt op het verrichten van werkzaamheden zonder krukken bij een andere werkgever.
Ligthart sprak de werknemer op 16 december 2022 op staande voet ontslag uit wegens bedrog en het onwaar verklaren van zijn arbeidsongeschiktheid. De werknemer betwistte het ontslag en stelde dat het opzegverbod tijdens ziekte het ontslag in de weg stond en dat het ontslag niet onverwijld was gegeven.
De kantonrechter oordeelde dat het ontslag onverwijld was gegeven na het onderzoek en dat de dringende reden bestond uit de misleiding en het verrichten van werk ondanks de opgegeven beperkingen. Het ontslag op staande voet werd als rechtsgeldig bevestigd. Tevens werd het verzoek tot betaling van de transitievergoeding afgewezen omdat het ontslag het gevolg was van ernstig verwijtbaar handelen van de werknemer.
De werknemer werd veroordeeld tot betaling van de onderzoekskosten van JWV en in de proceskosten. Ligthart moest het loon over de periode van 1 tot 16 december 2022 betalen met wettelijke verhoging en rente.