ECLI:NL:RBDHA:2023:12262
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen niet tijdig beslissen asielaanvraag en besluit van 17 februari 2023
Eiser stelde beroep in tegen het niet tijdig beslissen op zijn asielaanvraag van 25 september 2021. De staatssecretaris had op 17 februari 2023 alsnog een besluit genomen, waarbij niet volledig aan eiser werd tegemoetgekomen. De rechtbank besloot het beroep zonder zitting te behandelen omdat partijen geen zitting wensten.
De rechtbank oordeelde dat het beroep tegen het niet tijdig beslissen niet-ontvankelijk is, omdat de staatssecretaris inmiddels een inhoudelijk besluit heeft genomen en eiser geen belang meer heeft bij verdere beoordeling daarvan. Daarnaast werd het beroep tegen het besluit van 17 februari 2023 ongegrond verklaard.
Eiser vorderde tevens vaststelling van een bestuurlijke dwangsom wegens overschrijding van de beslistermijn, maar de rechtbank wees dit af op grond van de Tijdelijke wet opschorting dwangsommen IND, die het verbeuren van een bestuurlijke dwangsom in asielzaken uitsluit.
De rechtbank veroordeelde de staatssecretaris wel tot betaling van een proceskostenvergoeding van €418,50 aan eiser wegens het niet tijdig beslissen. De uitspraak is gedaan door rechter Derksen en griffier Voors en is openbaar bekendgemaakt op 2 augustus 2023.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet tijdig beslissen is niet-ontvankelijk, het beroep tegen het besluit van 17 februari 2023 ongegrond en de staatssecretaris moet €418,50 proceskosten betalen.