ECLI:NL:RBDHA:2023:12278
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beroep tegen weigering bestuurlijke dwangsom bij ingewilligde asielaanvraag
In deze bestuursrechtelijke zaak beoordeelt de rechtbank Den Haag het beroep van eiser tegen het besluit van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid. De staatssecretaris had de asielaanvraag van eiser ingewilligd, maar geen bestuurlijke dwangsom vastgesteld. Eiser betoogde dat de uitsluiting van de bestuurlijke dwangsom strijdig was met het gelijkwaardigheidsbeginsel uit het Unierecht.
De rechtbank verwijst naar de Tijdelijke wet opschorting dwangsommen IND, die sinds 11 juli 2021 bepaalt dat bepaalde artikelen van de Algemene wet bestuursrecht niet van toepassing zijn op asielbesluiten, waardoor bestuurlijke dwangsommen niet kunnen worden verbeurd. Zowel de meervoudige kamer van deze rechtbank als de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State hebben geoordeeld dat deze uitsluiting niet onverbindend is en niet in strijd is met het beginsel van effectieve rechtsbescherming.
De rechtbank concludeert dat de staatssecretaris terecht geen bestuurlijke dwangsom heeft vastgesteld en verklaart het beroep ongegrond. Tevens hoeft de staatssecretaris geen proceskosten te vergoeden. De uitspraak is gedaan zonder zitting, nadat partijen geen zitting hadden verzocht.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet vaststellen van een bestuurlijke dwangsom is ongegrond verklaard.