ECLI:NL:RBDHA:2023:12321
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing schadevergoeding wegens niet tijdig beschikbaar gesteld studentenreisproduct
Eiser, zonder Nederlandse nationaliteit, vroeg studiefinanciering aan op grond van zijn status als migrerend werknemer. Zijn aanvraag werd aanvankelijk afgewezen, waarna studiefinanciering met terugwerkende kracht werd toegekend. Eiser verzocht om schadevergoeding voor het niet kunnen gebruiken van het studentenreisproduct in de periode van 13 oktober 2021 tot 4 augustus 2022, op grond van artikel 3.29, eerste lid, van de Wet studiefinanciering 2000 (Wsf 2000).
Verweerder wees dit verzoek af omdat artikel 3.29 Wsf 2000 alleen geldt voor studenten die studiefinanciering ontvingen maar niet tijdig een reisrecht kregen. In het geval van eiser was studiefinanciering pas achteraf toegekend, waardoor dit artikel niet van toepassing is. De rechtbank bevestigde dit standpunt en verwierp ook het beroep op het gelijkheidsbeginsel en het beroep op een onrechtmatig besluit, omdat eiser geen schade had geleden.
De rechtbank concludeerde dat het bestreden besluit terecht in stand kon blijven en verklaarde het beroep ongegrond. Eiser krijgt geen vergoeding van proceskosten en het betaalde griffierecht wordt niet teruggegeven.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.