Uitspraak
19.2525 WSF
OVERWEGINGEN
BESLISSING
- vernietigt de aangevallen uitspraak, voor zover aangevochten;
- verklaart het beroep tegen het besluit van 30 april 2018 ongegrond.
Centrale Raad van Beroep
De zaak betreft een hoger beroep tegen een besluit van de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap waarbij aan betrokkene een OV-schuld is opgelegd wegens het niet tijdig stopzetten van het studentenreisproduct na het beëindigen van de studiefinanciering.
De rechtbank had eerder geoordeeld dat de OV-schuld een punitief karakter had omdat betrokkene het reisproduct niet tijdig had stopgezet en dat zij het reisrecht niet had gebruikt, waardoor de schuld niet in verhouding stond tot de ernst van de overtreding. De rechtbank had de schuld daarom verminderd.
De minister stelde zich op het standpunt dat de OV-schuld geen boete is, maar een vergoeding voor het beschikken over het reisproduct, ongeacht het gebruik ervan. De Centrale Raad van Beroep volgt dit standpunt en oordeelt dat de OV-schuld geen punitief karakter heeft, maar een reparatoir karakter en dat de schuld terecht is gehandhaafd. De Raad vernietigt daarmee het oordeel van de rechtbank en verklaart het beroep ongegrond.
Uitkomst: De OV-schuld is terecht gehandhaafd en heeft geen punitief karakter.