Eiser werd op 5 juni 2023 geplaatst in de Handhavings- en Toezichtlocatie (HTL) te Hoogeveen en kreeg een vrijheidsbeperkende maatregel opgelegd. De rechtbank verklaarde op 20 juli 2023 het beroep tegen deze besluiten gegrond vanwege onzorgvuldige voorbereiding, met name omdat verweerder niet had geverifieerd of het GZA het incident waarbij eiser zichzelf mogelijk verwondde had betrokken bij het medische advies.
Op 21 juli 2023 werden eiser opnieuw in de HTL geplaatst en werd de vrijheidsbeperkende maatregel herhaald. Eiser voerde aan dat dit onzorgvuldig was en dat zijn psychische problematiek onvoldoende was meegewogen. Verweerder stelde dat het GZA akkoord had gegeven en dat er geen contra-indicatie was voor plaatsing.
De rechtbank oordeelt dat verweerder onvoldoende heeft voldaan aan zijn vergewisplicht, omdat niet duidelijk is of het incident met zelfverwonding door het GZA is betrokken bij het advies. Hierdoor is het plaatsingsbesluit onvoldoende zorgvuldig voorbereid en wordt het vernietigd. Omdat de vrijheidsbeperkende maatregel hierop steunt, wordt ook deze gegrond verklaard en opgeheven.
De rechtbank acht aannemelijk dat eiser immateriële schade heeft geleden door de onrechtmatige vrijheidsbeperking en veroordeelt de Staat tot een schadevergoeding van €725,-. Tevens worden verweerders ieder voor de helft veroordeeld in de proceskosten van €1.674,-. Tegen het besluit tot plaatsing kan hoger beroep worden ingesteld, tegen de vrijheidsbeperkende maatregel niet.