ECLI:NL:RBDHA:2023:12633

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
18 augustus 2023
Publicatiedatum
24 augustus 2023
Zaaknummer
NL23.19658
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:2 AwbArt. 6:12 AwbArt. 8:54 AwbArt. 42 VwVerordening (EU) 604/2013
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep niet-ontvankelijk wegens tijdige beslistermijn verlenging asielaanvraag

Eiser diende op 31 december 2021 een asielaanvraag in. Verweerder onderzocht de verantwoordelijkheid van Italië op grond van de Dublinverordening en stelde op 15 december 2022 vast dat de asielaanvraag in de nationale procedure zou worden behandeld. De oorspronkelijke beslistermijn zou op 15 juni 2023 eindigen.

Met de inwerkingtreding van de WBV 2022/22 per 27 september 2022 werd de beslistermijn met negen maanden verlengd tot 15 maart 2024. De rechtbank oordeelde dat deze verlenging rechtsgeldig was, gebaseerd op eerdere uitspraken waarin een situatie als bedoeld in artikel 42, vierde lid, aanhef en onder b, van de Vreemdelingenwet werd vastgesteld.

Omdat de ingebrekestelling van eiser op 20 juni 2023 werd gedaan terwijl de verlengde beslistermijn nog niet was verstreken, werd het beroep tegen het uitblijven van een besluit als kennelijk niet-ontvankelijk verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.

Uitkomst: Het beroep tegen het niet tijdig beslissen op de asielaanvraag is niet-ontvankelijk verklaard wegens een rechtsgeldige verlenging van de beslistermijn.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL23.19658

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[naam], eiser

V-nummer: [nummer]
(gemachtigde: mr. J.E. de Poorte),
en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder.

Procesverloop

Eiser heeft op 6 juli 2023 beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op zijn asielaanvraag van 31 december 2021.
De rechtbank doet op grond van artikel 8:54, eerste lid, van de Awb [1] uitspraak zonder zitting.

Overwegingen

1. Op grond van artikel 6:2, aanhef en onder b, van de Awb wordt voor de toepassing
van wettelijke voorschriften over bezwaar en beroep het niet tijdig nemen van een besluit
met een besluit gelijkgesteld. In artikel 6:12, tweede lid, van de Awb is bepaald dat het
beroepschrift kan worden ingediend zodra het bestuursorgaan in gebreke is om op tijd een
besluit te nemen en twee weken zijn verstreken nadat een schriftelijke ingebrekestelling
door het bestuursorgaan is ontvangen.
2. Eiser heeft op 31 december 2021 een asielaanvraag ingediend. Nadat verweerder heeft onderzocht of Italië op grond van de Dublinverordening [2] verantwoordelijk is voor de behandeling van de asielaanvraag van eiser, heeft verweerder op 15 december 2022 vastgesteld dat eisers asielaanvraag in de nationale procedure zal worden behandeld. Op grond van artikel 42, zesde lid, van de Vw [3] zou de beslistermijn op 15 juni 2023 eindigen.
3. Verweerder heeft echter met de inwerkingtreding van de WBV 2022/22 [4] de beslistermijn met ingang van 27 september 2023 verlengd met negen maanden, waardoor deze voor eiser pas op 15 maart 2024 zal eindigen. Deze rechtbank en zittingsplaats heeft in haar uitspraken van 21 maart 2023 [5] geoordeeld dat verweerder voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat op het moment van de inwerkingtreding van de WBV 2022/22 sprake was van een situatie zoals bedoeld in artikel 42, vierde lid, aanhef en onder b, van de Vw. De rechtbank ziet geen reden om in deze zaak van dit oordeel af te wijken. Deze verlenging is daarom rechtsgeldig. Dat betekent dat op het moment van de ingebrekestelling de beslistermijn nog niet was verstreken, waardoor de ingebrekestelling van 20 juni 2023 te vroeg is ingediend. Daarom is het beroep van eiser tegen het uitblijven van een besluit op zijn asielaanvraag kennelijk niet-ontvankelijk.
4. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. E.F. Bethlehem, rechter, in aanwezigheid van mr. A.S. Hamans, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
Deze uitspraak is bekendgemaakt op:
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden.

Voetnoten

1.Algemene wet bestuursrecht
2.Verordening (EU) 604/2013
3.Vreemdelingenwet 2000
4.Besluit van 21 september 2022, nummer WBV 2022/22, houdende wijziging van de Vreemdelingencirculaire 2000; gepubliceerd in Staatscourant 2022 nr. 25775; in werking getreden op 27 september 2022