Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
[eiser] , eiser (gemachtigde: mr. C.T.W. van Dijk),
de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, (gemachtigde: mr. N. Hamzaoui).
Inleiding
Beoordeling door de rechtbank
Ik vind [A] iemand die eerlijk is. Hij is lief, hij is rustig. Hij zoekt geen problemen. Dat is de kern van waarom ik hem heel leuk en bijzonder vind. Hij is aardig.” Op de vraag op welk moment eiser merkte dat hij gevoelens voor [A] kreeg, heeft eiser geantwoord dat hij goed heeft nagedacht na die vragen die [A] hem stelde en dat hij toen geen probleem had met dat voorstel omdat hij geen andere vriend had en hij een lieve en aardige jongen is. De staatssecretaris heeft hierover mogen stellen dat eiser met deze verklaringen onvoldoende op persoonlijke wijze inzichtelijk heeft gemaakt hoe het tot een relatie met [A] is gekomen en hoe hij dit heeft ervaren. Daarnaast is de rechtbank van oordeel dat de staatssecretaris niet meer door had hoeven doorvragen over zijn relatie met [B] . De staatssecretaris heeft hier voldoende vragen over gesteld om eiser in de gelegenheid te stellen te verklaren over hun relatie en over zijn gevoelens voor [B] . De staatssecretaris heeft zich vervolgens op het standpunt mogen stellen dat deze verklaringen onvoldoende zijn om zijn homoseksuele geaardheid te ondersteunen. Eiser heeft bijvoorbeeld over de relatie verklaard “
Het is iemand met wie ik blij ben, mijn zekerheid en vrijheid is daar (…) Ik ben niet bang voor de politie als ik bij hem ben en hij is een goed persoon. Mijn gedachten zijn rustig bij hem.”En op de vraag wat [B] bijzonder maakt
“Hij is aardig. Hij is iemand die mij goed advies geeft in verband met mijn verleden. Hij zorgt ook voor mij als iemand waar hij van houdt. Hij geeft mij rust om het verleden te vergeten.”De staatssecretaris heeft mogen stellen dat deze verklaringen te algemeen zijn en onvoldoende inzicht geven in de persoonlijke beleving van de relatie van eiser met [B] . De rechtbank vindt niet dat de staatssecretaris, mede omdat in het gehoor om het V-nummer van [B] is gevraagd, meer onderzoek had moeten doen naar de relatie van eiser en [B] . Het is immers aan
Problemen als gevolg van homoseksuele gerichtheid