ECLI:NL:RBDHA:2023:12745
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling verlaging bezoldiging wegens langdurig ziekteverzuim bij defensie
Eiser, werkzaam als paskamermedewerker Podologie bij het Militair Revalidatie Centrum, viel vanaf 8 november 2019 volledig uit wegens lichamelijke en psychische klachten. Verweerder, de staatssecretaris van Defensie, verlaagde op grond van artikel 26 van Pro het Inkomstenbesluit burgerlijke ambtenaren defensie (Ibbad) de bezoldiging van eiser met 30% omdat het ziekteverzuim langer dan 12 maanden duurde. Eiser maakte bezwaar tegen dit besluit, dat vervolgens ongegrond werd verklaard.
De rechtbank onderzocht of de ziekte van eiser in overwegende mate werd veroorzaakt door het werk, waarbij de vraag centraal stond of sprake was van buitensporige werkomstandigheden. Hoewel eiser stelde dat werkplekaanpassingen jarenlang waren uitgebleven en hij structureel overbelast was, kon hij dit niet voldoende onderbouwen. Verweerder stelde dat er wel werkplekaanpassingen waren gedaan en dat de oorzaak van het verzuim mede medisch was.
De rechtbank oordeelde dat het buitensporigheidsvereiste objectief moet worden beoordeeld en dat een verhoogde individuele kwetsbaarheid niet tot een andere uitkomst leidt. Omdat eiser geen bewijs leverde van buitensporige werkomstandigheden, was de verlaging van de bezoldiging terecht. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen de verlaging van zijn bezoldiging wegens langdurig ziekteverzuim wordt ongegrond verklaard.