ECLI:NL:RBDHA:2023:12886
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen terugkeerbesluit met vertrektermijn van vier weken naar Marokko
Eiseres, een Marokkaanse vrouw die met een visum in Nederland verbleef, kreeg op 9 februari 2023 een terugkeerbesluit opgelegd met een vertrektermijn van vier weken naar Marokko vanwege onrechtmatig verblijf. De vreemdelingenpolitie trof haar op 5 februari 2023 in haar woning aan en hoorde haar over het voornemen tot het terugkeerbesluit.
Eiseres stelde dat zij niet voldoende gelegenheid had gehad haar zienswijze te geven en dat zij vanwege medische omstandigheden, waaronder een recente zwangerschap en psychische problemen, niet kon terugkeren. Tevens voerde zij aan dat het terugkeerbesluit in strijd was met artikel 8 EVRM Pro en dat zij aanspraak maakte op een afgeleid verblijfsrecht op grond van het Chavez-Vilchez arrest.
De rechtbank oordeelde dat eiseres mondeling voldoende gelegenheid had gekregen haar persoonlijke omstandigheden toe te lichten en dat de verklaringen tijdens het gehoor erop wezen dat zij in staat was terug te keren. Medische omstandigheden die achteraf bekend werden, konden niet worden meegewogen omdat deze niet tijdens het gehoor waren aangevoerd. Het beroep op artikel 8 EVRM Pro en het Chavez-Vilchez-arrest werd verworpen omdat hiervoor aparte aanvragen nodig zijn. Ook het beroep op artikel 4:84 Awb Pro faalde omdat het niet om een beleidsregel ging.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en het verzoek om een voorlopige voorziening niet-ontvankelijk. Eiseres is verplicht terug te keren naar Marokko binnen de gestelde termijn.
Uitkomst: Het beroep tegen het terugkeerbesluit wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk.