ECLI:NL:RBDHA:2023:12901
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing machtiging voorlopig verblijf wegens niet voldoen inburgeringsvereiste bij gezinshereniging
Eiseres, Somalische nationaliteit, wil bij haar Nederlandse echtgenoot in Nederland verblijven. De staatssecretaris wees haar aanvraag voor een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) af omdat zij niet voldeed aan het inburgeringsvereiste: zij had het basisexamen inburgering niet behaald en kwam niet in aanmerking voor ontheffing.
Eiseres voerde aan dat het inburgeringsvereiste discriminerend is en in strijd met het recht op gezinshereniging. De rechtbank oordeelde dat het onderscheid gerechtvaardigd is en dat het inburgeringsvereiste proportioneel en effectief is. De staatssecretaris had de individuele omstandigheden van eiseres, waaronder haar huwelijk sinds 2014, lage opleidingsniveau en medische problemen, voldoende meegewogen.
De rechtbank stelde vast dat eiseres geen aantoonbare inspanningen had geleverd om het examen af te leggen en dat haar medische situatie geen onredelijke belemmering vormde. Ook de belangenafweging op grond van artikel 8 EVRM Pro was zorgvuldig: het economisch belang van Nederland en het ontbreken van een objectieve belemmering om het gezinsleven in Saoedi-Arabië voort te zetten, rechtvaardigden de afwijzing.
Het belang van de minderjarige zoon, die inmiddels wel een mvv heeft gekregen, weegt niet zwaarder dan het besluit. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees de proceskosten af.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de aanvraag voor een machtiging tot voorlopig verblijf wordt afgewezen wegens het niet voldoen aan het inburgeringsvereiste.