ECLI:NL:RBDHA:2024:13098
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag verblijfsvergunning regulier wegens ontbreken geldige mvv en belangenafweging artikel 8 EVRM
Eiseres, van Marokkaanse nationaliteit, diende een aanvraag in voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd met het verblijfsdoel 'familie en gezin' om bij haar echtgenoot in Nederland te verblijven. Verweerder wees de aanvraag af omdat eiseres geen geldige machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) had en handhaafde het eerder opgelegde terugkeerbesluit en inreisverbod. De eerder afgegeven verblijfsvergunning was ingetrokken, waardoor eiseres geen rechtmatig verblijf had.
Eiseres voerde aan dat het mvv-vereiste discriminatoir zou zijn en dat de hardheidsclausule van toepassing was. Tevens stelde zij dat haar belangen in het kader van artikel 8 EVRM Pro onvoldoende waren meegewogen en dat de hoorplicht was geschonden. De rechtbank oordeelde dat het mvv-vereiste niet discriminatoir is, mede omdat de aangehaalde jurisprudentie niet relevant was en er nog hoger beroep loopt tegen vergelijkbare uitspraken.
De rechtbank stelde vast dat verweerder terecht had afgezien van toepassing van de hardheidsclausule omdat er geen bijzondere omstandigheden waren die onbillijkheid van overwegende aard rechtvaardigden. De belangenafweging op grond van artikel 8 EVRM Pro viel in het nadeel van eiseres uit, waarbij verweerder alle relevante omstandigheden had betrokken. Ook was de hoorplicht niet geschonden omdat geen reden bestond te twijfelen aan de volledigheid van het beeld bij verweerder.
Het beroep werd ongegrond verklaard, het bestreden besluit bleef in stand en het verzoek om een voorlopige voorziening werd niet-ontvankelijk verklaard. Eiseres kreeg geen vergoeding van griffierecht of proceskosten.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de verblijfsvergunning wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk.