Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op zijn asielaanvraag van 19 december 2021. De wettelijke beslistermijn van zes maanden is verstreken zonder besluit, en verweerder heeft geen verlenging aangevraagd. Eiser stelde verweerder rechtsgeldig in gebreke en verzocht de rechtbank om verweerder op te dragen binnen twee weken een besluit te nemen en een dwangsom op te leggen.
De rechtbank overweegt dat het bestuursorgaan volgens de Awb verplicht is binnen de wettelijke termijn te beslissen en dat het niet tijdig nemen van een besluit als besluit wordt aangemerkt. Gezien de zorgvuldigheid van besluitvorming hanteert de rechtbank het 8+8-weken model zoals de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State dat toepast. Omdat eiser al een aanmeldgehoor heeft gehad en geen nadere hoorzitting noodzakelijk is, wordt verweerder opgedragen binnen acht weken na verzending van deze uitspraak een besluit te nemen.
De rechtbank legt een dwangsom op van €100 per dag met een maximum van €7.500 voor elke dag dat verweerder in gebreke blijft. Een bestuurlijke dwangsom kan niet worden opgelegd vanwege de Tijdelijke wet opschorting dwangsommen IND. Tevens wordt verweerder veroordeeld in de proceskosten van eiser tot een bedrag van €418,50. Het beroep wordt gegrond verklaard en het niet tijdig nemen van een besluit wordt vernietigd.