ECLI:NL:RBDHA:2023:13047
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag machtiging voorlopig verblijf nareizigers asiel wegens te late indiening
De rechtbank Den Haag heeft het beroep van eiser behandeld tegen de afwijzing van zijn aanvraag voor een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) voor het doel 'nareizigers asiel'. De aanvraag was 2,5 jaar te laat ingediend. Eiser voerde aan dat de termijnoverschrijding verschoonbaar was vanwege ernstige medische problemen en psychische klachten, waaronder epilepsie en gevolgen van marteling, en dat de belangen van zijn kinderen onvoldoende waren meegewogen.
De rechtbank oordeelde dat de medische stukken niet aannemelijk maakten dat eiser niet in staat was om tijdig de aanvraag in te dienen, mede omdat hij zelfstandig naar Jordanië kon reizen en hulp van Vluchtelingenwerk Nederland had kunnen inschakelen. Verder stelde de rechtbank vast dat verweerder terecht geen belangenafweging heeft gemaakt, omdat eiser niet voldeed aan de algemene voorwaarden voor de aanvraag en de beoordeling van verschoonbaarheid geen belangenafweging betreft.
Ten aanzien van het horen in bezwaar stelde de rechtbank dat verweerder van een hoorzitting mocht afzien omdat eiser in zijn bezwaarschrift niet had onderbouwd waarom een hoorzitting nodig was. Het beroep is ongegrond verklaard en het bestreden besluit blijft in stand. Eiser hoeft geen griffierecht te betalen vanwege zijn financiële situatie.
Uitkomst: Het beroep is ongegrond verklaard en het besluit tot afwijzing van de te laat ingediende aanvraag blijft in stand.