ECLI:NL:RVS:2019:3153
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Sevenster
- E. Steendijk
- C.M. Wissels
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank inzake afwijzing machtiging voorlopig verblijf wegens termijnoverschrijding
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees aanvragen om een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) af wegens overschrijding van de wettelijke termijn van drie maanden. De rechtbank oordeelde dat de termijnoverschrijding verschoonbaar was, omdat de referent contact had met Vluchtelingenwerk Nederland en aannemelijk was dat de aanvraag zou worden ingediend.
De staatssecretaris stelde in hoger beroep dat de termijnoverschrijding niet verschoonbaar was, omdat het de eigen verantwoordelijkheid van de vreemdelingen was om tijdig de aanvraag in te dienen. Fouten van gemachtigden zoals Vluchtelingenwerk Nederland konden niet leiden tot verschoonbaarheid. De Afdeling bestuursrechtspraak stelde vast dat de beoordeling van verschoonbaarheid geen belangenafweging is, maar een toerekenbaarheidstoets.
De Afdeling vernietigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het beroep van de vreemdelingen ongegrond. Tevens vernietigde zij het besluit van 7 februari 2019 waarin de staatssecretaris het bezwaar opnieuw ongegrond had verklaard. De Afdeling oordeelde dat de staatssecretaris niet verplicht is om bij een onverschoonbare termijnoverschrijding rekening te houden met belangen van minderjarige kinderen en dat een inhoudelijke toets in de reguliere procedure plaatsvindt.
De Afdeling wees ook de beroepsgronden af die stelden dat de staatssecretaris in strijd met het EVRM en het EU-Handvest zou hebben gehandeld. De staatssecretaris hoefde geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdelingen wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd.