ECLI:NL:RBDHA:2023:13453
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- J. Boerlage - van den Bosch
- Rechtspraak.nl
Toekenning schadevergoeding wegens onrechtmatige bewaring bij asielprocedure
Eiser werd op 9 juli 2023 in bewaring gesteld op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. Hij maakte bezwaar tegen het voortduren van deze maatregel en vorderde tevens schadevergoeding. De maatregel werd op 28 augustus 2023 opgeheven, maar direct daarop opnieuw opgelegd op basis van een andere grondslag.
De kern van het geschil betrof de vraag of de bewaring onrechtmatig was tussen 21 juli en 28 augustus 2023. Eiser stelde dat verweerder onvoldoende voortvarend was bij uitzetting en dat de grondslag van de maatregel niet tijdig was aangepast nadat hij op 7 augustus 2023 zijn asielwens had geuit. Verweerder stelde dat de weigering van eiser om het asielformulier te ondertekenen een intrekking van die wens betekende.
De rechtbank verwierp dit verweer en oordeelde dat eiser vanaf 7 augustus 2023 als asielzoeker moet worden beschouwd, waardoor de grondslag uiterlijk 9 augustus 2023 had moeten worden gewijzigd. Omdat dit niet gebeurde, was de bewaring van 8 tot 28 augustus 2023 onrechtmatig. De rechtbank kende daarom een schadevergoeding toe van €2.100,- voor 21 dagen onrechtmatige detentie en veroordeelde verweerder tevens in de proceskosten.
Uitkomst: De rechtbank oordeelt dat de bewaring onrechtmatig was van 8 tot 28 augustus 2023 en kent een schadevergoeding van € 2.100,- toe.