ECLI:NL:RBDHA:2023:13462
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag Oezbeekse asielzoeker wegens ongeloofwaardigheid en kennelijk ongegrondheid
Eiser, een Oezbeekse nationaliteit dragende man, vroeg asiel aan in Nederland vanwege problemen met een investeerder in zijn kippenboerderij in Oezbekistan. Hij stelde dat hij bedreigd werd en daarom niet kon terugkeren. Verweerder verklaarde de aanvraag kennelijk ongegrond omdat eiser zijn verhaal niet aannemelijk kon maken en niet direct asiel had aangevraagd.
De rechtbank oordeelde dat eiser onvoldoende bewijs leverde van zijn ondernemerschap en bedreigingen, en dat zijn verklaringen over het overdragen van administratie aan de investeerder tegenstrijdig waren. Ook vond de rechtbank het ongeloofwaardig dat eiser meerdere keren zijn woning bezocht terwijl hij beweerde te vrezen voor de investeerder.
Daarnaast concludeerde de rechtbank dat eiser niet aannemelijk had gemaakt dat hij bij terugkeer een reëel risico op ernstige schade loopt. Het feit dat hij niet direct asiel aanvroeg en geen verschoonbare redenen daarvoor had, versterkte de beslissing om de aanvraag kennelijk ongegrond te verklaren.
Het terugkeerbesluit vermeldde ondubbelzinnig Oezbekistan als land van terugkeer, en de rechtbank vond het opleggen van een vertrektermijn en inreisverbod terecht. Het beroep werd ongegrond verklaard en eiser kreeg geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en het inreisverbod bevestigd.