ECLI:NL:RVS:2022:2506
Raad van State
- Hoger beroep
- E. Steendijk
- H.J.M. Baldinger
- J.J.W.P. van Gastel
- Rechtspraak.nl
Bevestiging onrechtmatigheid terugkeerbesluit zonder vermelding land van terugkeer
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees op 2 december 2021 een aanvraag van een vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel af en vaardigde een terugkeerbesluit uit zonder het land van terugkeer te vermelden. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond en vernietigde het besluit, waarna de staatssecretaris hoger beroep instelde.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat de staatssecretaris in elk terugkeerbesluit verplicht is een of meer landen van terugkeer te vermelden, ongeacht onzekerheid over identiteit of nationaliteit van de vreemdeling. Het ontbreken van een land van terugkeer kan niet worden hersteld door een aanvullend besluit zonder eerdere vermelding.
Verder stelde de Afdeling vast dat het onderzoek dat de staatssecretaris in de asielprocedure verrichtte voldoende was om de mogelijke landen van terugkeer vast te stellen. De staatssecretaris moet daarom onderzoeken welk land of welke landen hij als terugkeerland aanwijst in het besluit.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank bevestigd en de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van €759,00.
Uitkomst: Het hoger beroep van de staatssecretaris wordt ongegrond verklaard en het terugkeerbesluit zonder land van terugkeer blijft onrechtmatig.