Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[Naam], eiser,
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder,
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
Eiser, een Marokkaanse nationaliteit dragende vreemdeling, is sinds 24 oktober 2022 in bewaring op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. Hij heeft beroep ingesteld tegen het voortduren van deze maatregel en verzocht om schadevergoeding.
De rechtbank heeft eerder de rechtmatigheid van de maatregel beoordeeld en nu uitsluitend gekeken naar de periode sinds het sluiten van het vorige onderzoek. Eiser betoogt dat het zicht op uitzetting naar Marokko ontbreekt, mede vanwege het geringe aantal uitgezette vreemdelingen en het uitblijven van reactie van de Marokkaanse autoriteiten.
De rechtbank verwijst naar recente jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en concludeert dat het zicht op uitzetting binnen een redelijke termijn aanwezig is. Eiser heeft onvoldoende aannemelijk gemaakt dat hij actief heeft geprobeerd zijn identiteit te onderbouwen of mee te werken aan terugkeer. Het voortduren van de maatregel is daarom rechtmatig.
Het beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.