ECLI:NL:RBDHA:2023:13658
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Herziening en terugvordering WIA-uitkering ondanks coronacrisis niet onredelijk
Eiser ontvangt sinds 2016 een WIA-uitkering en werkt daarnaast als zelfstandige. Het UWV heeft op basis van gegevens van de Belastingdienst vastgesteld dat eiser over 2020 te veel WIA-uitkering heeft ontvangen en heeft dit bedrag herzien en teruggevorderd. Eiser betwist de terugvordering en beroept zich op de uitzonderlijke situatie door de coronapandemie en lockdowns, die volgens hem dringende redenen vormen om van terugvordering af te zien.
De rechtbank overweegt dat het UWV op grond van de Wet WIA verplicht is om onverschuldigde uitkeringen terug te vorderen, tenzij er dringende redenen zijn. De lockdown wordt echter niet als een incidenteel en uitzonderlijk geval beschouwd, omdat deze veel mensen trof. Eiser heeft onvoldoende aannemelijk gemaakt dat de terugvordering onaanvaardbare sociale en financiële gevolgen heeft.
Hoewel de rechtbank begrip heeft voor de situatie van eiser en erkent dat de wet- en regelgeving hem zwaar heeft getroffen, volgt zij het UWV in haar standpunt dat het aan de wetgever is om eventuele aanpassingen te maken. Het UWV heeft rechtmatig gehandeld binnen de wettelijke kaders. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en het verzoek om vergoeding van wettelijke rente wordt afgewezen.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard en de terugvordering van de WIA-uitkering door het UWV blijft in stand.