ECLI:NL:RBDHA:2023:13696
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Rechtbank verklaart zich onbevoegd in beroep tegen terugkeerbesluit en inreisverbod wegens ontbreken nieuwe rechtsgevolgen
De zaak betreft een beroep van eiser tegen een terugkeerbesluit en een inreisverbod van de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, opgelegd op 4 augustus 2023. De rechtbank oordeelt dat het terugkeerbesluit ten onrechte is genomen omdat het geen nieuwe rechtsgevolgen creëert; het land van terugkeer was reeds ondubbelzinnig vastgesteld in een eerder besluit en de eiser is daadwerkelijk teruggekeerd naar Albanië.
Ten aanzien van het inreisverbod stelt de rechtbank vast dat reeds op 13 april 2022 een inreisverbod met dezelfde duur was opgelegd waarvan de termijn nog niet was verstreken. Jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State leert dat een tweede inreisverbod in zo’n situatie geen besluit in de zin van de Awb vormt, waardoor beroep daartegen niet ontvankelijk is.
De rechtbank analyseert verder dat het inreisverbod wordt geschorst indien de vreemdeling zich binnen de geldende termijn weer op het grondgebied van de EU begeeft, hetgeen hier het geval was. Dit leidt tot een verlenging van de einddatum van het inreisverbod. De rechtbank verklaart zich daarom onbevoegd kennis te nemen van het beroep tegen beide besluiten en wijst een proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: De rechtbank verklaart zich onbevoegd kennis te nemen van het beroep tegen het terugkeerbesluit en het inreisverbod omdat deze geen nieuwe rechtsgevolgen hebben.