ECLI:NL:RBDHA:2023:13701
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen besluit geen rechtmatig verblijf als EU-onderdaan wegens ontbreken reële kans op werk
Eiseres, een Roemeense EU-onderdaan die sinds juni 2017 in Nederland verblijft, betwist het besluit van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid dat zij geen rechtmatig verblijf heeft op grond van artikel 8.12 van het Vreemdelingenbesluit 2000. De rechtbank heeft het beroep op 10 augustus 2023 behandeld.
De kern van het geschil betreft de vraag of eiseres als werkzoekende kan worden aangemerkt en daarmee een reële kans op werk heeft. Eiseres stelt dat zij een werkervaringstraject volgt dat haar uitzicht op werk vergroot. De rechtbank oordeelt echter dat dit traject niet voldoende is om te spreken van een reële kans op werk, mede omdat het traject al is gestopt en niet heeft geleid tot betaald werk.
Daarnaast voert eiseres aan dat de belangenafweging in haar voordeel moet uitvallen vanwege haar slachtofferschap van mensenhandel, psychisch leed, bindingsfactoren met Nederland en haar pensioen uit Roemenië. De rechtbank stelt vast dat de staatssecretaris deze omstandigheden voldoende heeft meegewogen en dat de belangenafweging zorgvuldig en gemotiveerd is. De vrees voor herhaling van mensenhandel in Roemenië wordt ongegrond geacht, mede omdat eiseres zelf geen hulp wil zoeken daar.
De rechtbank concludeert dat eiseres geen rechtmatig verblijf heeft en verklaart het beroep ongegrond. Zij krijgt geen vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: Het beroep van eiseres wordt ongegrond verklaard omdat zij geen rechtmatig verblijf heeft en geen reële kans op werk bezit.