ECLI:NL:RBDHA:2023:13706
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens Dublinverordening ongegrond verklaard
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de staatssecretaris om zijn asielaanvraag niet in behandeling te nemen, omdat op grond van de Dublinverordening een andere lidstaat, Oostenrijk, verantwoordelijk is voor de behandeling.
De rechtbank heeft het beroep behandeld en beoordeeld of sprake is van indirect refoulement, waarbij eiser stelde dat het Oostenrijkse beschermingsbeleid voor Ahmadi’s uit Pakistan fundamenteel verschilt van dat van Nederland. Eiser overwoog dat Oostenrijk Ahmadi’s niet als risicogroep aanmerkt en dat er een vlucht- of vestigingsalternatief zou zijn, ondersteund door uitspraken van het Oostenrijkse Bundesverwaltungsgericht.
De rechtbank oordeelde dat er geen evident en fundamenteel verschil in beschermingsbeleid bestaat, omdat in Oostenrijk net als in Nederland een individuele beoordeling plaatsvindt. Het beroep is daarom ongegrond verklaard. Tevens is geoordeeld dat eiser voldoende tijd heeft gehad om stukken in te dienen en dat het verzoek om uitstel terecht is afgewezen.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt het niet in behandeling nemen van de aanvraag. Eiser krijgt geen proceskostenvergoeding. De uitspraak is gedaan door rechter J.J. Catsburg op 4 september 2023.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag is ongegrond verklaard.