ECLI:NL:RBDHA:2023:14037
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag op grond van Dublinverordening
Eiser, een Nigeriaanse asielzoeker met ernstige medische aandoeningen, stelde dat Nederland zijn asielaanvraag ten onrechte niet in behandeling nam omdat Duitsland verantwoordelijk is volgens de Dublinverordening. Hij voerde aan dat hij in Duitsland niet adequaat medisch behandeld wordt en vreesde detentie zonder rechtsbijstand.
De rechtbank oordeelde dat de staatssecretaris terecht uitging van het interstatelijk vertrouwensbeginsel, waarbij aangenomen mag worden dat Duitsland zijn internationale verplichtingen nakomt, inclusief medische zorg in noodsituaties en rechtsbijstand bij detentie. Eiser had onvoldoende objectieve gegevens overgelegd die aantonen dat zijn overdracht aan Duitsland een schending van artikel 3 EVRM Pro inhoudt.
De rechtbank verwierp de bezwaren over de motivering van het besluit en concludeerde dat de medische stukken geen bewijs leveren van onomkeerbare gezondheidsrisico's bij overdracht. Ook de vrees voor detentie en gebrek aan rechtsbijstand was onvoldoende onderbouwd.
Daarom bleef het besluit van de staatssecretaris in stand en werd het beroep ongegrond verklaard. Eiser kreeg geen proceskostenvergoeding. De uitspraak werd gedaan door rechter F. Sijens en griffier M. Lok op 19 september 2023 te Groningen.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard.