ECLI:NL:RBDHA:2023:14182
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep niet-ontvankelijk wegens ontbreken procesbelang bij asielstatus op a-grond
Eiser, een Syrische nationaliteit dragende persoon, heeft op 18 juni 2022 een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel. Op 25 mei 2023 is hem een asielstatus verleend op grond van de subsidiaire beschermingsgrond (b-grond). Eiser stelde beroep in omdat hij een asielstatus op de a-grond, als verdragsvluchteling, wenst te verkrijgen.
De rechtbank overweegt dat eiser geen procesbelang heeft bij het beroep omdat hij reeds een geldige verblijfsvergunning op de b-grond bezit. Volgens vaste rechtspraak ontstaat procesbelang pas wanneer de vergunning wordt ingetrokken of niet verlengd. De enkele wens om erkend te worden als verdragsvluchteling leidt niet tot een gunstigere rechtspositie.
De rechtbank wijst erop dat bij een toekomstige intrekking of niet-verlenging van de b-status de beoordeling van een a-status alsnog mogelijk is. Eiser heeft onvoldoende onderbouwd waarom een a-status hem nu al een betere materiële positie zou geven.
Daarom verklaart de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk wegens het ontbreken van procesbelang. Partijen zijn niet uitgenodigd voor een zitting en eiser krijgt geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van procesbelang.