ECLI:NL:RBDHA:2023:142
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep tegen bestuurlijke dwangsommen bij asielaanvraag
Eiser stelde beroep in tegen het niet tijdig beslissen op zijn asielaanvraag en tegen het niet verbeuren van bestuurlijke dwangsommen door de staatssecretaris. De asielaanvraag werd uiteindelijk ingewilligd, waardoor het beroep tegen het niet tijdig beslissen verviel. De rechtbank onderzocht vervolgens of het beroep kon worden gericht tegen het niet verbeuren van bestuurlijke dwangsommen. De Tijdelijke wet opschorting dwangsommen IND sluit de toepassing van bestuursrechtelijke dwangsomregels uit bij asielaanvragen.
Eerder oordeelde de rechtbank ’s-Hertogenbosch dat deze uitsluiting strijdig is met het Unierechtelijke gelijkwaardigheidsbeginsel, maar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State stelde later dat er geen vergelijkbare nationale procedures zijn en dat de regeling niet strijdig is met het Unierecht. Gezien deze jurisprudentie concludeert de rechtbank dat eiser met het beroep niet bereikt wat hij wil en ontbreekt het procesbelang.
Daarom verklaart de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk. Omdat eiser wel tijdig beroep kon instellen tegen het niet tijdig beslissen, veroordeelt de rechtbank de staatssecretaris in de proceskosten van €418,50. De uitspraak is gedaan zonder zitting en openbaar gemaakt via rechtspraak.nl.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet verbeuren van bestuurlijke dwangsommen wordt niet-ontvankelijk verklaard en de staatssecretaris wordt veroordeeld in de proceskosten.