Eisers dienden een verzoek in voor tegemoetkoming in planschade als gevolg van het inpassingsplan Windpark Spui, dat voorziet in de bouw van vijf windturbines. Het college van gedeputeerde staten van Zuid-Holland wees dit verzoek af op basis van een advies waarin werd gesteld dat de schade voorzienbaar was vanwege de toenmalige beleidsnota (Nota Wervel).
De rechtbank oordeelde dat de locatie van het windpark binnen een als 'zoekgebied' aangeduide zone viel en dat dit op zich voldoende concreet was om rekening te houden met mogelijke planologische veranderingen. Echter, de rechtbank stelde vast dat het college niet aannemelijk had gemaakt dat de Nota Wervel en de Ontwerpnota Wervel op het moment van aankoop van de woning van eisers openbaar waren gemaakt op een wijze die eisers als redelijke kopers konden begrijpen.
De rechtbank verwierp het standpunt van het college dat bekendmaking via persberichten en openbare vergaderingen voldoende was en benadrukte dat daadwerkelijke terinzagelegging en bekendmaking noodzakelijk zijn. Hierdoor kon voorzienbaarheid van de schade niet worden aangenomen. De beroepen werden gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd en het college opgedragen een nieuw besluit te nemen, met vergoeding van proceskosten aan eisers.