ECLI:NL:RVS:2020:2032
Raad van State
- Hoger beroep
- J.A. Hagen
- G.T.J.M. Jurgens
- B.P.M. van Ravels
- Rechtspraak.nl
Bevestiging uitspraak rechtbank over niet-voorzienbare planschade door aanleg rotonde
Het college van gedeputeerde staten van Limburg wees een aanvraag om tegemoetkoming in planschade af, omdat zij meende dat de aanleg van een rotonde nabij de woning van de wederpartij voorzienbaar was bij aankoop in 2006. De rechtbank oordeelde echter dat de aanleg van de rotonde niet voorzienbaar was en stelde het normale maatschappelijke risico vast op 3% van de woningwaarde, waardoor een tegemoetkoming van €2.100 werd toegekend.
Het college stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak en voerde aan dat de rotonde wel voorzienbaar was op grond van beleidsdocumenten zoals de Startnotitie en het Provinciaal Omgevingsplan Limburg (POL) en dat het normale maatschappelijke risico 4% zou moeten zijn. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State overwoog dat de rotonde niet binnen het zoekgebied van het POL lag en dat de aanleg op die specifieke locatie niet voorzienbaar was voor een redelijk handelend koper.
Verder werd geoordeeld dat hoewel de aanleg van infrastructuur een normale maatschappelijke ontwikkeling is, de rotonde niet paste binnen de bestaande ruimtelijke structuur en daarom een aftrek wegens normaal maatschappelijk risico van 3% passend is. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank bevestigd en het college veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: Het hoger beroep van het college wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd, waarbij een tegemoetkoming in planschade van €2.100 wordt toegekend.