ECLI:NL:RBDHA:2023:14355
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging planschadebesluiten Windpark Spui wegens onvoldoende motivering geluidshinder
De rechtbank Den Haag behandelde het beroep van eiser tegen het besluit van het college van gedeputeerde staten van Zuid-Holland dat een tegemoetkoming in planschade van € 3.050,- toekende naar aanleiding van het inpassingsplan Windpark Spui.
Eiser stelde dat de toegekende vergoeding onvoldoende was en verwees naar een contra-expertise die een hogere schadevergoeding claimde. De rechtbank oordeelde dat het advies van de deskundige Thorbecke op het gebied van uitzicht, situeringswaarde, slagschaduw en taxatie van de woning zorgvuldig was, maar dat de planvergelijking met betrekking tot geluidshinder onvoldoende inzichtelijk was gemaakt. Het college had de bestaande geluidsbelasting onder het oude planologische regime niet gekwantificeerd, waardoor de toename van geluidshinder niet adequaat kon worden beoordeeld.
Daarnaast oordeelde de rechtbank dat het college onterecht de kosten van rechtsbijstand niet vergoedde zonder herstelmogelijkheid te bieden, wat een gebrek in het besluit vormde. De matiging van de kosten van de deskundige werd door de rechtbank als redelijk beoordeeld. De rechtbank vernietigde het bestreden besluit en droeg het college op een nieuw besluit te nemen waarin de geluidshinder beter wordt gemotiveerd en de kosten van rechtsbijstand worden betrokken.
De rechtbank wees tevens de proceskosten toe aan eiser en vergoedde het griffierecht. Er werd geen bestuurlijke lus toegepast vanwege de aard van het gebrek en de wens tot efficiënte rechtspleging.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd; het college moet een nieuw besluit nemen met betere motivering geluidshinder en vergoeding rechtsbijstand.