ECLI:NL:RBDHA:2023:14563
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond verklaring beroep tegen voortduren maatregel van bewaring in vreemdelingenzaak
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft op 11 juli 2023 aan eiser een maatregel van bewaring opgelegd op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. Eiser heeft tegen het voortduren van deze maatregel beroep ingesteld en tevens een verzoek om schadevergoeding gedaan.
De rechtbank heeft het beroep behandeld via telehoren waarbij eiser op het detentiecentrum in Rotterdam aanwezig was en de gemachtigde van eiser en de gemachtigde van de staatssecretaris in Groningen verschenen. De rechtbank heeft overwogen dat de maatregel van bewaring tot het moment van het vorige onderzoek rechtmatig was en dat nu alleen de periode daarna beoordeeld moest worden.
Eiser stelde dat de staatssecretaris onvoldoende voortvarend handelde en dat er geen zicht op uitzetting was vanwege medische omstandigheden waardoor hij niet fit-to-fly werd bevonden. De rechtbank oordeelde echter dat eiser niet overtuigend had gesteld dat een lichter middel effectief zou zijn en dat de beschikbare medische zorg toereikend is. Ook achtte de rechtbank de voortgang van het uitzettingsproces voldoende en zag zij geen aanleiding om het beroep gegrond te verklaren.
Daarom verklaarde de rechtbank het beroep ongegrond en wees het verzoek om schadevergoeding af. Er is geen proceskostenveroordeling opgelegd en tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van bewaring is ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding is afgewezen.