ECLI:NL:RVS:2019:1162
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- D.A. Verburg
- A. Kuijer
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank inzake vreemdelingenbewaring wegens onvoldoende motivering
De vreemdeling uit Eritrea, doof en niet sprekend, werd op 23 oktober 2018 in vreemdelingenbewaring gesteld. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond en hevelde de bewaring op, stellende dat de maatregel niet met de vereiste zorgvuldigheid was voorbereid en onvoldoende was gemotiveerd, mede vanwege het ontbreken van een voorafgaand medisch onderzoek.
De staatssecretaris stelde in hoger beroep dat hij alle medische omstandigheden had betrokken bij het besluit en dat het aan de vreemdeling is om detentieongeschiktheid aannemelijk te maken. De Afdeling oordeelde dat de rechtbank ten onrechte had geoordeeld dat voorafgaand aan de bewaring een medisch onderzoek verplicht was. De staatssecretaris had de kwetsbare positie van de vreemdeling betrokken en medische zorg was beschikbaar.
De Afdeling vernietigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het beroep van de vreemdeling ongegrond. Tevens wees zij het verzoek om schadevergoeding af, omdat de gronden voor bewaring en het risico op onderduiken niet waren betwist. De Afdeling bevestigde daarmee dat de maatregel deugdelijk was voorbereid en gemotiveerd.
Uitkomst: De uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd en het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard.