Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[Naam], eiser
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, de staatssecretaris
Inleiding
Beoordeling door de rechtbank
Conclusie en gevolgen
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
De rechtbank Den Haag heeft het beroep van eiser tegen het voortduren van de op 3 augustus 2023 opgelegde maatregel van vreemdelingenbewaring beoordeeld. Dit vervolgberoep betreft een toetsing van de rechtmatigheid van de voortzetting van de bewaring sinds het sluiten van het onderzoek op 9 augustus 2023. De rechtbank besloot de zaak zonder zitting te behandelen, aangezien de stukken voldoende informatie bevatten.
Eiser stelde dat de staatssecretaris onvoldoende voortvarend handelde en dat een lichter middel toegepast had moeten worden vanwege zijn medische kwetsbaarheid, zijn verblijfsmogelijkheid bij een kennis en zijn naleving van eerdere meldplicht. De rechtbank oordeelde dat het verzoek om een lichter middel niet direct verband hield met de uitzettingsprocedure en dat de staatssecretaris wel degelijk voldoende voortvarend handelde, onder andere door het houden van vertrekgesprekken en diplomatieke acties.
Ten aanzien van de medische omstandigheden stelde eiser dat detentie voor hem onevenredig bezwarend is vanwege PTSS en verslaving, en dat de medische zorg in het detentiecentrum onvoldoende is. De rechtbank stelde vast dat eiser niet aannemelijk had gemaakt dat hij detentieongeschikt is en dat de medische zorg in het detentiecentrum toereikend is. Ook het verzoek om inzage in medische stukken werd onvoldoende onderbouwd.
De rechtbank voerde een ambtshalve toetsing uit en concludeerde dat de maatregel van bewaring rechtmatig voortduurt. Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van vreemdelingenbewaring is ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding is afgewezen.