Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiseres] , V-nummer: [nummer] , eiseres
[kind 2], V-nummer [nummer 2] en
[kind 3], V-nummer [nummer 3]
Rechtbank Den Haag
Eiseres, met de Syrische en Venezolaanse nationaliteit, heeft samen met haar minderjarige kinderen asiel aangevraagd vanwege veiligheidszorgen in Syrië en Venezuela. De staatssecretaris wees de aanvraag af omdat de situatie in Venezuela niet voldoet aan de criteria van artikel 15c van de Kwalificatierichtlijn en er geen risico is op schending van artikel 3 EVRM Pro.
De rechtbank oordeelt dat de veiligheids- en humanitaire situatie in Venezuela, hoewel zorgelijk, niet zodanig is dat eiseres en haar kinderen een reëel risico lopen op ernstige schade. De door eiseres aangevoerde omstandigheden, zoals het ontbreken van een netwerk en taalbarrière, leiden niet tot een situatie van schrijnende materiële deprivatie.
Ook het beroep op artikel 3.6ba Vreemdelingenbesluit 2000 voor uitstel van vertrek wordt afgewezen omdat er geen samenstel van zeer bijzondere omstandigheden is. De rechtbank stelt dat de staatssecretaris voldoende en zorgvuldig onderzoek heeft gedaan en de aanvraag terecht in de algemene procedure heeft afgehandeld.
Het beroep wordt ongegrond verklaard, waardoor het bestreden besluit in stand blijft en eiseres geen verblijfsvergunning of uitstel van vertrek krijgt. Tevens worden geen proceskosten toegekend.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en het bestreden besluit blijft in stand.