ECLI:NL:RBDHA:2023:14684
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- C.I.H. Kerstens - Fockens
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens Dublinverordening en interstatelijk vertrouwensbeginsel
Eiser, een Jemenitische asielzoeker, diende op 25 januari 2023 een asielaanvraag in Nederland in. Verweerder, de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, nam deze aanvraag niet in behandeling omdat uit Eurodac bleek dat eiser op 23 november 2022 al asiel had aangevraagd in Polen. Volgens de Dublinverordening is Polen daarom verantwoordelijk voor de asielprocedure.
Eiser betoogde dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel niet meer toepasbaar is op Polen vanwege ernstige systeemgerelateerde tekortkomingen in de Poolse asielprocedure, waaronder illegale pushbacks en willekeurige detentie onder slechte omstandigheden. Hij stelde dat hij bij overdracht aan Polen een reëel risico loopt op een behandeling in strijd met het Handvest van de Grondrechten van de EU en het EVRM.
De rechtbank verwees naar eerdere uitspraken waarin werd geoordeeld dat Polen nog steeds kan worden vertrouwd voor de uitvoering van de Dublinverordening. Hoewel pushbacks aan de buitengrenzen plaatsvinden, is niet aannemelijk gemaakt dat vreemdelingen die in het kader van Dublin worden overgedragen ook hiermee geconfronteerd worden. Evenmin is aannemelijk dat eiser opnieuw in detentie zal worden geplaatst, noch dat hij geen effectieve klachtenmogelijkheden heeft.
Het verzoek om het beroep aan te houden in afwachting van prejudiciële vragen werd afgewezen, mede vanwege een recente conclusie van de Advocaat-Generaal die het interstatelijk vertrouwensbeginsel bevestigt ondanks pushbacks. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees het verzoek om een voorlopige voorziening af. Eiser krijgt geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen.