ECLI:NL:RBDHA:2023:1474
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens Dublinverordening en verantwoordelijkheid Italië
Eiser, een Syrische nationaliteit dragende persoon, diende op 9 juni 2022 een asielaanvraag in Nederland in. De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid nam deze aanvraag niet in behandeling omdat uit Eurodac bleek dat eiser op 1 juni 2022 illegaal Italië was binnengekomen. Italië werd daarom verantwoordelijk geacht voor de asielprocedure op grond van de Dublinverordening.
Eiser voerde aan dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel jegens Italië niet langer geldt vanwege concrete aanwijzingen dat Italië zijn internationale verplichtingen niet nakomt, en dat hij vreest voor discriminatie. Hij verwees naar een circular letter van de Italiaanse Dublin-Unit en een uitspraak van de rechtbank Utrecht.
De rechtbank oordeelde dat het uitgangspunt blijft dat Italië verantwoordelijk is en dat eiser onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat Italië niet aan zijn verplichtingen voldoet. De tijdelijke opschorting van overdrachten door Italië vormt geen reden om de verantwoordelijkheid van Italië onrechtmatig te achten. Ook de stelling dat eiser niet welkom was en gediscrimineerd werd, was onvoldoende onderbouwd om gebruik te maken van discretionaire bevoegdheid.
Het beroep werd daarom ongegrond verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit de asielaanvraag niet in behandeling te nemen is ongegrond verklaard.