ECLI:NL:RVS:2022:3801
Raad van State
- Hoger beroep
- J.Th. Drop
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid aanvraag verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid nam op 24 oktober 2022 het besluit om de aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling te nemen. De vreemdeling stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die dit beroep op 21 november 2022 ongegrond verklaarde.
De vreemdeling ging in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Het hoger beroep richtte zich onder meer op een rechtsvraag die reeds eerder door de Afdeling was beantwoord, met name over de situatie in Italië voor Dublinclaimanten. De Afdeling oordeelde dat het hoger beroep geen nieuwe vragen bevat die in het belang van rechtseenheid, rechtsontwikkeling of rechtsbescherming beantwoord moeten worden.
Daarom werd het hoger beroep ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. De staatssecretaris is niet gehouden tot vergoeding van proceskosten. De uitspraak werd gedaan door de enkelvoudige kamer van de Raad van State op 19 december 2022.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.