ECLI:NL:RBDHA:2023:14781
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen naheffingsaanslag BPM wegens waardebepaling auto
Eiseres heeft bezwaar gemaakt tegen een naheffingsaanslag BPM die is vastgesteld na controle van de aangifte van een Hyundai Tucson. De inspecteur baseerde de aanslag op een waardebepaling door Domeinen Roerende Zaken (DRZ), waarbij een waardevermindering wegens schade van € 725 werd gehanteerd. Eiseres stelde dat de auto een ex-rental betrof en dat de waardevermindering hoger moest zijn, maar kon dit niet aannemelijk maken.
De rechtbank oordeelt dat de hoorplicht niet is geschonden, aangezien eiseres voldoende gelegenheid heeft gehad om zich uit te laten. De stelling dat de naheffing in strijd is met artikel 110 VWEU Pro wordt verworpen, evenals de bewering dat sprake is van een met het Unierecht strijdig verschil in heffingsmodaliteiten. Ook het verweer dat de DRZ-taxateur niet onafhankelijk is, wordt niet gevolgd.
De rechtbank wijst het beroep af omdat eiseres onvoldoende bewijs heeft geleverd voor een hogere waardevermindering dan door DRZ vastgesteld. Wel wordt een vergoeding van € 500 toegekend wegens overschrijding van de redelijke termijn en een proceskostenvergoeding van € 837. Het betaalde griffierecht wordt eveneens aan eiseres vergoed. De uitspraak is gedaan door rechter S.E. Postema op 26 september 2023.
Uitkomst: Het beroep tegen de naheffingsaanslag BPM wordt ongegrond verklaard en vergoeding van immateriële schade en proceskosten wordt toegekend.