ECLI:NL:RBDHA:2023:14850
Rechtbank Den Haag
- Vereenvoudigde behandeling
- Rechtspraak.nl
Beroep gegrond tegen niet tijdig beslissen op asielaanvraag met oplegging dwangsom
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op zijn asielaanvraag. Eerder had de rechtbank al een termijn gesteld waarbinnen de staatssecretaris moest beslissen, maar deze termijn werd niet gehaald. Volgens de rechtbank is een nieuwe ingebrekestelling niet vereist omdat reeds een eerdere procedure met een uitdrukkelijke termijn heeft plaatsgevonden.
De rechtbank overweegt dat de Tijdelijke wet opschorting dwangsommen IND niet van toepassing is op de rechterlijke dwangsom, waardoor de staatssecretaris een dwangsom kan worden opgelegd bij overschrijding van de beslistermijn. De rechtbank stelt een termijn van acht weken voor het nemen van het besluit, rekening houdend met de maximale beslistermijn van 21 maanden volgens de EU-procedurerichtlijn en het belang van zorgvuldige besluitvorming.
De staatssecretaris wordt veroordeeld tot betaling van een dwangsom van €100 per dag dat de termijn wordt overschreden, met een maximum van €7.500. Tevens wordt de staatssecretaris veroordeeld in de proceskosten van eiser van €418,50. De uitspraak is gedaan door rechter N.M. van Waterschoot en openbaar gemaakt op 3 oktober 2023.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond en draagt de staatssecretaris op binnen acht weken een besluit te nemen, met oplegging van een dwangsom bij overschrijding.