ECLI:NL:RBDHA:2023:1515
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen niet-inbehandelingname asielaanvraag wegens verantwoordelijkheid Frankrijk
Eiser, een Pakistaanse nationaliteit, diende op 27 april 2022 een asielaanvraag in. Verweerder nam deze aanvraag niet in behandeling omdat Frankrijk verantwoordelijk is, gelet op het Schengenvisum dat eiser van Frankrijk had ontvangen. Eiser stelde dat Nederland verantwoordelijk was geraakt door tijdsverloop en dat zijn medische situatie en belangen van zijn minderjarige kinderen niet voldoende waren meegewogen.
De rechtbank oordeelde dat het tijdsverloop geen gerechtvaardigd vertrouwen schept dat Nederland verantwoordelijk is, mede omdat het besluit binnen de termijnen van de Dublinverordening is genomen. Het gebruik van een niet-registertolk was gerechtvaardigd wegens spoed en eiser kon de tolk goed verstaan. De medische klachten van eiser, waaronder PTSS, waren onvoldoende onderbouwd om nader onderzoek te vereisen of om overdracht aan Frankrijk te weigeren.
Het interstatelijk vertrouwensbeginsel geldt, en eiser slaagde er niet in aannemelijk te maken dat Frankrijk niet adequaat medische hulp kan bieden. Ook het belang van de minderjarige kinderen rechtvaardigt geen uitzondering, omdat Frankrijk geacht wordt het belang van het kind te waarborgen. Het beroep is daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit om de asielaanvraag niet in behandeling te nemen is ongegrond verklaard.