ECLI:NL:RBDHA:2023:15184
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep wegens niet tijdig beslissen asielaanvraag door verlenging beslistermijn
Eiseres heeft op 14 mei 2022 een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Verweerder heeft niet tijdig beslist op deze aanvraag, waarna eiseres een ingebrekestelling stuurde op 16 november 2022 om alsnog binnen twee weken een besluit te nemen. Eiseres stelde vervolgens beroep in tegen het uitblijven van een tijdige beslissing.
De rechtbank heeft partijen geïnformeerd dat een zitting niet nodig was en het onderzoek gesloten zonder zitting, omdat partijen hier geen bezwaar tegen maakten. De kern van het geschil betrof de vraag of de beslistermijn rechtsgeldig was verlengd op grond van het besluit WBV 2022/22, dat sinds 27 september 2022 van kracht is.
De rechtbank oordeelde dat verweerder aannemelijk heeft gemaakt dat ten tijde van de inwerkingtreding van de WBV 2022/22 sprake was van een situatie die de beslistermijn met negen maanden verlengt. Daarom viel de asielaanvraag van eiseres onder deze regeling en was de ingebrekestelling van 16 november 2022 te vroeg. Hierdoor voldeed eiseres niet aan de voorwaarden voor ontvankelijkheid van het beroep. De rechtbank verklaarde het beroep niet-ontvankelijk en wees op de mogelijkheid om binnen vier weken beroep in te stellen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep van eiseres wordt niet-ontvankelijk verklaard vanwege een geldige verlenging van de beslistermijn met negen maanden.