ECLI:NL:RBDHA:2023:15209
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep wegens te vroege ingebrekestelling bij verlengde beslistermijn asielaanvraag
Eiseres heeft op 21 juni 2022 een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Verweerder heeft niet tijdig beslist op deze aanvraag, waarop eiseres een ingebrekestelling heeft gestuurd op 9 januari 2023. Verweerder heeft echter de beslistermijn verlengd met negen maanden op grond van het besluit WBV 2022/22, dat sinds 27 september 2022 van kracht is.
De rechtbank heeft geoordeeld dat deze verlenging rechtsgeldig is en dat de asielaanvraag van eiseres onder deze verlenging valt. Hierdoor was de ingebrekestelling van 9 januari 2023 te vroeg en voldoet niet aan de voorwaarden om beroep in te stellen wegens niet tijdig beslissen. De stelling van eiseres dat zij individueel op de hoogte had moeten worden gesteld van de verlenging wordt verworpen, omdat publicatie in de Staatscourant voldoende is.
De rechtbank heeft daarom het beroep van eiseres niet-ontvankelijk verklaard. Er is geen zitting gehouden omdat partijen daarmee instemden. Eiseres wordt gewezen op de mogelijkheid om binnen vier weken beroep in te stellen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep van eiseres wordt niet-ontvankelijk verklaard vanwege een te vroeg ingediende ingebrekestelling door een geldige verlenging van de beslistermijn.