Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[naam 1], eiser
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
b. met de ouder(s) in gezinsverband samenleeft;
c. niet in zijn eigen onderhoud voorziet; en
d. geen zelfstandig gezin heeft gevormd.
(‘additional elements of dependancy’) om een meer dan gebruikelijke afhankelijkheidsrelatie (‘
more than the normal emotional ties’) aan te nemen. Uit de rechtspraak volgt dat de vraag naar beschermd gezinsleven van feitelijke aard is en afhankelijk is van het daadwerkelijk bestaan van hechte, persoonlijke banden. Hierbij kan onder meer relevant zijn: de eventuele samenwoning, de mate van financiële afhankelijkheid, de mate van emotionele afhankelijkheid, de gezondheid van de betrokkenen en de banden met het land van herkomst. Omdat de beantwoording van de vraag naar het bestaan van familie- en gezinsleven en de belangenafweging elkaar beïnvloeden mag de staatssecretaris bij een beroep op artikel 8 van Pro het EVRM niet volstaan met de vaststelling dat wel of niet beschermenswaardig familieleven bestaat. De staatssecretaris moet in alle gevallen een belangenafweging maken tussen het algemeen belang van de Nederlandse Staat bij een terughoudend migratiebeleid en het persoonlijke belang van de vreemdeling bij de uitoefening van zijn familie- en gezinsleven in Nederland. [3] Daarbij moeten alle relevante feiten en omstandigheden worden betrokken en de belangenafweging moet evenwichtig zijn. De rechtbank beoordeelt dat laatste ‘enigszins terughoudend’.